Als energieprestatieadviseur moet je behoorlijk wat kennis hebben. Je werkt met de NTA 8800, het opnameprotocol en verschillende regels en uitgangspunten.
Maar met alleen theoretische kennis ben je er nog niet.
In de praktijk moet je een woning of gebouw efficiënt kunnen opnemen, weten waar je op moet letten, de juiste metingen uitvoeren én ervoor zorgen dat je achteraf kunt onderbouwen waarop je invoer is gebaseerd.
Daarom leren we cursisten bij BENG Opleiding niet alleen wat ze moeten opnemen, maar vooral ook hoe ze dat in de praktijk goed aanpakken.
Want de kwaliteit van een energielabel begint wat ons betreft niet achter de computer.
Die begint al tijdens de opname.
Van theorie naar praktijk
Tijdens onze praktijkdagen besteden we veel aandacht aan een vaste en efficiënte werkwijze.
Hoe loop je logisch door een woning? Welke maten heb je nodig? Welke foto's maak je? Welke installaties moet je herkennen? En welke informatie moet je verzamelen voordat je weer naar huis rijdt?
Cursisten oefenen onder andere met:
- het systematisch opnemen van een woning;
- praktisch meten en berekenen;
- het herkennen van bouwkundige constructies en installaties;
- het maken van bruikbare overzichts- en detailfoto's;
- het vastleggen van typeplaatjes;
- het verzamelen en beoordelen van bewijsmateriaal;
- het werken met praktische meetinstrumenten en hulpmiddelen;
- het opbouwen van een goed projectdossier.
Dat laatste wordt steeds belangrijker.
Een goede opname levert ook een goed projectdossier op
Na de woningopname moet je als EP-adviseur kunnen onderbouwen waarop de gegevens in jouw energieprestatieberekening zijn gebaseerd.
Een kwaliteitscontroleur is niet bij jouw opname geweest. Die moet op basis van jouw projectdossier kunnen volgen wat je hebt waargenomen, welke gegevens je hebt gebruikt en waarop jouw keuzes zijn gebaseerd.
Daarom is herleidbaarheid zo belangrijk.
Stel dat je een bepaalde isolatiedikte invoert. Dan is de vraag niet alleen:
Welke isolatiedikte heb ik vastgesteld?
Maar ook:
Hoe heb ik deze vastgesteld en kan ik dat later nog aantonen?
Een foto waarop nauwelijks zichtbaar is wat je wilt aantonen, een ontbrekend typeplaatje of een waarde waarvan niet duidelijk is waar deze vandaan komt, kan tijdens een kwaliteitscontrole vragen opleveren.
Daarom leren we cursisten al tijdens de praktijkopleiding om steeds drie vragen in hun achterhoofd te houden:
- Wat zie ik?
- Wat ga ik invoeren?
- Kan ik mijn invoer straks onderbouwen?
Wie die werkwijze vanaf het begin aanleert, voorkomt veel zoek- en herstelwerk achteraf.
Een auditor controleert je werk achteraf. Dan kijkt hij wat je hebt opgenomen en bij een projectcontrole op locatie stelt hij de vraag: “Mag Ik Dat Eens Zien”, (MIDEZ)?
Je krijgt dan alle ruimte om deze vraag te beantwoorden.
Bij een dossiercontrole ben je niet aanwezig en kun je de vraag niet beantwoorden. Dus krijg je direct een aantekening op de rapportage. Jij moet daarom bij de wonmingopname deze zin al in gedachten meenemen, (MIDEZ). Hierdoor ga je vanzelf zorgen voor een goede onderbouwing in je projectdossier.
Praktijkvoorbeeld: isolatiedikte vastleggen
Een mooi voorbeeld is het bepalen van de aanwezige isolatiedikte.
Je wilt tijdens de opname niet alleen kunnen vaststellen hoeveel isolatie aanwezig is. Je wilt de waarneming waar nodig ook duidelijk kunnen vastleggen voor het projectdossier.
Daarom besteden we tijdens onze praktijkdagen aandacht aan de hulpmiddelen waarmee je zo'n opname praktisch kunt uitvoeren.
We hebben tevens de isolatiemeter toegevoegd aan ons gereedschap wat we ter beschikking stellen. (bron: isolatiemeter.nl)
Hiermee kan een cursist de isolatiedikte meten en tegelijkertijd duidelijk zichtbaar vastleggen wat er is gemeten. Dat levert niet alleen een professionelere werkwijze op, maar kan ook zorgen voor duidelijker bewijsmateriaal in het projectdossier.
En juist daar zit voor ons de meerwaarde.
Het gaat niet om het hebben van zoveel mogelijk gereedschap. Het gaat erom dat je weet welk hulpmiddel je wanneer gebruikt en hoe je ervoor zorgt dat jouw waarneming later nog te herleiden is.
Kwaliteitsborging is onderdeel van het vak
Sinds 29 mei 2026 gelden de vernieuwde BRL 9500-W en BRL 9500-U. Ook de 7e druk van de opnameprotocollen ISSO 82.1 voor woningen en woongebouwen en ISSO 75.1 voor utiliteitsgebouwen is vanaf die datum van toepassing.
Die wijzigingen staan niet op zichzelf. De NTA 8800, de opnameprotocollen, de BRL'en en andere onderdelen vormen samen het Stelsel Energieprestatie Gebouwen. De actualisatie in 2026 hangt onder andere samen met de implementatie van EPBD IV.
Daarbij zijn ook onderdelen binnen de kwaliteitsborging gewijzigd. Zo zijn er in de vernieuwde BRL'en onder meer uitgebreidere eisen rond klachtenprocedures en een systematiek voor het sanctioneren van structureel slecht presterende EP-adviseurs opgenomen.
Kennis van kwaliteitsborging is daarom niet alleen iets voor de certificaathouder of kwaliteitscoördinator.
Ook als EP-adviseur is het belangrijk dat je begrijpt waarom bepaalde informatie moet worden vastgelegd, wat er van een projectdossier wordt verwacht en hoe jouw werkzaamheden kunnen worden gecontroleerd.
Een projectdossier maak je niet achteraf
Dit is misschien wel de belangrijkste les die we onze cursisten willen meegeven.
Een goed projectdossier ontstaat niet op het moment dat je klaar bent met de berekening.
Je bouwt het al op terwijl je door de woning loopt.
Door tijdens de opname de juiste foto's te maken, metingen vast te leggen, documentatie te verzamelen en bijzonderheden te noteren, heb je bij de uitwerking veel van de benodigde onderbouwing al beschikbaar.
Dat werkt niet alleen zorgvuldiger. Het werkt uiteindelijk ook een stuk efficiënter.
Want terugrijden naar een woning omdat nét die ene foto of meting ontbreekt, kost aanzienlijk meer tijd dan tijdens de opname een paar minuten extra besteden aan goede vastlegging.
Kwaliteit begint bij je werkwijze
Software kan een berekening uitvoeren.
Maar de kwaliteit van de gegevens die in die berekening terechtkomen, begint bij de adviseur.
Daarom combineren we tijdens onze opleidingen theorie met praktijk. We willen dat cursisten niet alleen hun examen kunnen halen, maar ook begrijpen hoe ze daarna zorgvuldig en zelfstandig in de praktijk kunnen werken.
Van de eerste woningopname tot het uiteindelijke projectdossier.
Want een goed energielabel begint met een goede opname, een goede onderbouwing en een adviseur die weet waarom hij doet wat hij doet.
Verder leren?
Wil je EP-adviseur worden?
Tijdens onze EP-opleidingen combineren we de benodigde theorie met praktijkdagen waarin je daadwerkelijk leert opnemen, meten en herkennen.
>> Bekijk onze opleidingen voor EP-adviseurs
Werk je al als EP-adviseur?
Wil je meer leren over projectdossiers, bewijslast, herleidbaarheid en de eisen vanuit de BRL 9500? Bekijk dan onze praktijkbegeleiding en trainingen rondom kwaliteitsborging.
>> Bekijk de BRL 9500 praktijkbegeleiding
Jouw team bijscholen?
We verzorgen ook trainingen voor organisaties die hun EP-adviseurs verder willen meenemen in kwaliteitsborging, dossieropbouw en de BRL 9500.
>> Neem contact op en informeer naar de mogelijkheden voor een incompanytraining

